Op maandag 25 augustus jl. diende het kort geding dat door de kerkenraad van Broeksterwoude-Petrus was aangespannen tegen Deputaten Vertegenwoordiging (het oud-moderamen). Tot een uitspraak kwam het nog niet. De rechter heeft alleen nog een advies gegeven aan Deputaten Vertegenwoordiging en gaf daarbij de tijd om dat te overwegen.

In een eerste reactie willen we graag wijzen op wat ons opvalt:

  • Het is beschamend dat deze zaak voor de burgerlijke rechter is gebracht om die te vragen zich over kerkelijke zaken te buigen.
  • De rechter heeft laten merken dat disciplinaire maatregelen genomen hadden moeten worden tegen degenen die afwijken.
  • De rechter heeft onderkend dat het nu zover is gekomen dat een uiteengaan niet meer te voorkomen is. Wel ziet hij het gevaar van een ‘vechtscheiding’ en wil dat voorkomen.
  • De rechter heeft Deputaten Vertegenwoordiging geadviseerd om de (gesloten) synode weer samen te roepen om een roepende kerk aan te wijzen óf dat zelf te doen.

Met zijn advies krijgen de deputaten iets op hun bordje dat nu juist niet binnen hun mandaat (bevoegdheid) valt. Vraagt de rechter dan niet iets wat juridisch onmogelijk is?
Tegelijk verandert het wel aanwijzen van een roepende kerk niets aan de situatie: artikel 31 van de kerkorde functioneert in onze kerken niet meer. Een rechterlijke uitspraak verandert dat niet; alleen bekering van kerkelijke ongehoorzaamheid.

Ook voor een ordelijk uiteengaan is wat anders nodig. In Rijnsburg is de weg gewezen voor het deel van de kerken dat voluit christelijk-gereformeerd is en wil blijven op grond van de Schrift en de belijdenis, en naar de kerkorde en synodale besluiten.

We hopen in een volgend bericht uitgebreider in te gaan op de inhoud en betekenis van het advies van de rechter en de weg die we als kerken hebben te gaan.

We roepen iedereen op om Deputaten Vertegenwoordiging in het gebed op te dragen om in deze dagen wijsheid te ontvangen om op het onmogelijke advies van de rechter op een goede wijze te reageren.

Meer artikelen