De mededeling van deputaten vertegenwoordiging dat het Hoogeveen als roepende kerk wil aanwijzen, maar dat vier van de vijf deputaten om die reden wel opstappen. Een uitnodiging van Rijnsburg voor een convent op 3 oktober en een notitie van mr. H. de Hek en prof. mr. dr. W.A. Zondag over de juridische situatie van de CGK. Wie kan door alle kerkelijke bomen het bos nog zien? Of anders gezegd: kunnen juristen met een blinde vlek ons de goede weg wijzen om uit de impasse te komen? Het antwoord kan kort zijn: Nee!

Deputaten vertegenwoordiging

Deputaten Vertegenwoordiging geven in hun brief aan de kerken terecht aan dat ze geen bevoegdheid heeft om een roepende kerk aan te wijzen of de synode te ‘heropenen’. Het tóch aanwijzen van een roepende kerk door deputaten is daarom onwettig. Het besluit van de generale synode om na uitgebreide discussie geen roepende kerk aan te wijzen, staat daarom nog steeds. Het is dan ook uiterst merkwaardig dat één gemeente (Broeksterwoude-Petrus) naar de rechter is gestapt om de generale synode te heropenen.

Hoe onmogelijk is dit: deputaten vertegenwoordiging hebben geen bevoegdheid daartoe en een gesloten vergadering kan niet meer worden heropend. Wie dat via de wereldse rechter gaat bevragen, draagt bij aan een ongewenste vermenging van burgerlijk recht en kerkelijk recht. En wat de rechter ook uitspreekt, de diepe geestelijke crisis in onze kerken wordt met die uitspraak totaal niet opgelost. We hebben in onze kerken geen juridisch probleem, maar een geestelijk probleem. Het blijft verdrietig dat dit inzicht niet in de breedte van onze kerken wordt gepeild. En dat na jarenlange discussie op alle kerkelijke niveau’s: van classes tot particuliere synode en generale synodes. Wat hebben de oproepen tot bekering en het zich weer voluit scharen achter alle synodale besluiten om zo uit de impasse te komen uitgewerkt?

Het is een kwalijke zaak dat er nu via de rechter wordt geprobeerd om deputaten vertegenwoordiging te dwingen tot acties die tegen onze eigen kerkorde ingaan, in plaats van kerken die zich niet langer gebonden achten aan synodale uitspraken en zich schuldig maken aan woordbreuk op te roepen om terug te keren in de bedding van onze kerkorde.

Het getuigt van geestelijke wijsheid dat deputaten vertegenwoordiging in hun antwoord op het advies van de rechter laten zien een verdere juridische strijd met alle kerkelijke schade te willen voorkomen. Niet voor niets gaf de rechter in zijn advies ook al aan dat zijns inziens de kerkelijke breuk niet meer te helen is, maar alles op alles moet worden gezet om samen een vechtscheiding te voorkomen.

Notitie juristen

Die houding blijkt helaas niet uit de notitie die is opgesteld door twee juristen. Nog afgezien van de inhoud van deze notitie is ook de totstandkoming hiervan uiterst merkwaardig. Het is namelijk een antwoord op een vraag van het college van bestuur van de Theologische Universiteit Apeldoorn over de juridische status van het kerkverband. Vanwege het belang van het onderwerp voor het kerkverband heeft het college van bestuur er vervolgens naar eigen zeggen mee ingestemd dat een bewerking aan de kerken beschikbaar wordt gesteld. Deze is via de voorzitter van deputaten kerkorde en kerkrecht aan de kerkenraden doorgestuurd namens de deputaten. De vraag blijft onbeantwoord wat deputaten zelf van deze notitie vinden, gezien het feit dat zij als taak hebben de naleving van de kerkorde te bevorderen. Zou het dan niet passend zijn dat zij nu bij het begin beginnen en dus álle kerken oproepen om onverkort en onverwijld terug te keren naar naleving van de kerkorde en dus ook het synodebesluit inzake vrouw en ambt dat voor vast en bondig gehouden moet worden? Het is niet voor niets dat de generale synode het gaan van eigen wegen als ‘zonde’ heeft bestempeld. Het helpt onze kerken dan ook in zijn geheel niet door nu wél deze notitie te verspreiden, maar dat dit deputaatschap zelf de afgelopen jaren bemenst is door leden die zich zelf niet hielden aan de kerkorde en kerkelijke besluiten negeerden. Dat maakt het huidige optreden van dit deputaatschap volstrekt ongeloofwaardig.

De notitie van De Hek en Zondag heeft de juridische status van de TUA als insteek. Met alle waardering voor de goede bedoelingen gaat deze notitie deze echter op twee wezenlijke punten mank:

1. Vanuit een juridische vraagstelling wordt ons gereformeerde kerkrecht door een civielrechtelijke bril bekeken. Door deze kokervisie miskennen de schrijvers helaas het eigene van het gereformeerde kerkrecht. Dat is niét dat ieder artikel van de kerkorde van gelijk gewicht is, maar dat er twee belangrijke principes ten grondslag liggen aan de hele kerkorde: zowel het ‘niet heersen’ over elkaar (artikel 85 KO) als het ‘voor vast en bondig houden’ van de besluiten van meerdere vergaderingen (art. 31 KO). Elke keer wanneer de kerken bijeenkomen in een meerdere vergadering (classis, PS, GS) wordt dit door de lastbrief uitgedrukt. Alle andere artikelen kunnen zonder deze twee principes niet functioneren. Met hun civielrechtelijke bril op zien De Hek en Zondag dit anders. Maar civiel recht is nog geen kerkrecht. En het kan toch niet anders of zij zullen toch ook vinden dat dit zo moet blijven!

2. Het gevolg van de gevolgde zienswijze is echter wel ernstig. De Hek en Zondag gaan namelijk totaal voorbij aan de kerkelijke en kerkrechtelijke situatie in onze Christelijke Gereformeerde Kerken. Ze gaan nu uit van de gedachte: er is juridisch gezien nog een bestaand kerkverband – er is dus een werkende kerkorde – er zijn dus werkende meerdere vergaderingen – al het andere is dus onkerkordelijk en scheurmaking. Maar hier wreekt zich nu juist dat De Hek en Zondag er in zijn geheel aan voorbij gaan wat er de afgelopen synodes is besproken en wat het rapport kerk-zijn naar voren brengt.

– Het afwijken rond vrouw en ambt en homoseksuele praxis wordt door De Hek en Zondag feitelijk als op zichzelf staande incidenten gezien, terwijl de generale synode over ‘zonde’ sprak en de afwijzing van vrouwelijke ambtsdragers met een beroep op Schrift en belijdenis heeft genomen.

– In de synodebesluiten en het rapport kerk-zijn is meer dan eens gemarkeerd dat kerken die ondanks alle besluiten en vermaningen blijven afwijken hun positie in het kerkverband onmogelijk hebben gemaakt. Dat mag juridisch gezien geen betekenis hebben, maar in de kerk is het als onmogelijkheid aangemerkt.

– De Hek en Zondag gaan er dus in zijn geheel aan voorbij dat de afgelopen synodes hebben gezocht naar een uitweg uit de impasse en steeds weer de oproep tot terugkeer hebben laten horen. De synode van 2024-2025 kon niets anders meer dan voortijdig te sluiten, nadat er aan een ultieme oproep geen gehoor is gegeven.

– In de huidige situatie kunnen veel classes niet meer verder en zo ook de particuliere én generale synode niet. Er is namelijk geen enkele kerkordelijke basis meer om elkaar aan te spreken. De gedachte dat er gewoon nog meerdere vergaderingen zijn, is nog slechts een juridische abstractie.

Alle inspanningen van de twee juristen ten spijt, is het helaas niet de vraag of deze notitie ons als kerken op weg helpt om het recht te herstellen en de ontwrichting van ons kerkelijke leven tegen te gaan. Integendeel. Het verdiept de crisis, in plaats van bij te dragen aan het zoeken naar een geestelijke oplossing. In een advies over de TUA (!) acht men het nodig om kerken die niet anders willen dan te blijven wat we nu zijn: Christelijke Gereformeerde Kerken weg te zetten als degenen die ‘een andere kerkgenootschap vormen dan de CGK’. Dat mag een strikt-juridische benadering zijn, het gaat voorbij aan de kerkelijke en inhoudelijke kant.

Concluderend

Als CG Beraad willen we de boodschap van het moderamen onderstrepen om eerlijk onder ogen te zien dat we als kerken op deze wijze niet meer samen verder kunnen. Voor de dieperliggende oorzaken verwijzen we opnieuw naar het rapport Kerk-zijn. Juridische procedures en strikt-juridische notities blijven nodig om juridische kwesties op te lossen, maar in een kerkelijke crisis en het uiteenvallen van een kerkverband doen ze meer kwaad dan goed.

Het doet ons pijn om steeds te moeten zeggen dat in onze kerken de afgelopen jaren het kerkrecht stuk is gemaakt. Ons kerkelijke leven functioneert niet meer zoals het zou moeten. Belangrijke besluiten van meerdere vergaderingen zijn facultatief geworden. Maar dat is niet waarom we kerk van de Afscheiding zijn. Wij hebben geen enkele behoefte om dat te veranderen en willen daarom alle kerken die zich (weer) willen houden aan onze kerkorde en de genomen synodale besluiten op grond van Schrift en belijdenis vasthouden. Alle juridische haarkloverij ten spijt is er daarmee nog steeds géén eerlijk alternatief voor ‘Rijnsburg’. We hopen daarom dat alle 181 kerken zich daar melden om samen weer uit te spreken waarom we sinds 1892 christelijk gereformeerd heten en niet oud-gereformeerd of nederlands-gereformeerd.

Meer artikelen